Workspace Studio koppelen aan je eigen tools: custom steps, webhooks en integraties
Vanaf september 2026 trigger je Studio-flows vanuit externe apps, gebruik je eigen Apps Script-logica als stap en koppel je too...
Sinds augustus 2026 heeft Workspace Studio enterprise-beveiliging: agent identities, human-in-the-loop approvals, DLP en een dashboard om flows te pauzeren. Zo rol je agents veilig uit.

Google rolde op 17 augustus 2026 nieuwe enterprise security controls uit voor Workspace Studio, met een uitrol die liep van 17 tot 20 augustus. Workspace Studio krijgt daarmee agent identities met least privilege, auditing met flow-ID, een agent access management dashboard, human-in-the-loop approvals en twee DLP-lagen. Identity attribution is op dit moment in beta. In dit artikel lees je wat elk onderdeel doet en hoe je agents veilig uitrolt.
Workspace Studio laat je agents en flows bouwen die werk automatiseren, van het verwerken van formulieren tot het opvolgen van e-mails. Zodra zulke agents namens medewerkers acties uitvoeren, ontstaat een nieuwe vraag: wie is verantwoordelijk, welke rechten heeft een agent, en hoe zie je wat er gebeurt? De security controls van augustus 2026 zijn het antwoord op die vraag.
Het is een verschuiving van bouwen naar beheersen. Waar je eerst vooral keek naar wat een agent kon doen, kijk je nu ook naar wie de agent is, welke rechten die heeft, en hoe je ingrijpt als iets misgaat. Dat is precies wat veilige agentic adoptie vraagt.
Elke agent krijgt een eigen identiteit. Dat is een fundamenteel andere aanpak dan een agent die handelt met de rechten van de persoon die hem heeft gebouwd of gebruikt.
Het voordeel is least privilege. Je geeft een agent alleen de rechten die hij nodig heeft voor zijn taak, en niets meer. Een agent die agenda-afspraken inplant hoeft geen toegang te hebben tot alle bestanden in Drive. Door per agent een eigen identiteit te gebruiken, kun je de rechten nauwkeurig afbakenen en weer intrekken wanneer dat nodig is.
Dit is om twee redenen belangrijk. Ten eerste beperk je de schade als er iets misgaat: een gecompromitteerde agent kan niet verder dan zijn eigen rechten reiken. Ten tweede wordt duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is, wat helpt bij zowel beveiliging als beheer.
Identity attribution is op dit moment in beta. Het idee is dat je kunt herleiden wie een actie heeft uitgevoerd, en namens wie. Als een agent een document deelt of een e-mail verstuurt, wil je weten welke gebruiker of welk proces daarachter zit.
Dat klinkt technisch, maar het is in de praktijk een groot goed. Zodra meerdere agents namens meerdere mensen werken, is het zonder attributie onmogelijk om te reconstrueren wat er is gebeurd. Met attributie houd je de herleidbaarheid, ook als het werk zelf automatisch gaat.
Omdat het om een beta gaat, is het verstandig om deze functie gefaseerd te gebruiken en te controleren of de attributie in jouw situatie volledig is. Een beta betekent doorgaans dat de werking nog kan veranderen.
Workspace Studio krijgt auditing met flow-ID. Elke flow is herkenbaar aan een eigen ID, zodat je in de auditgegevens precies kunt terugvinden welke flow welke actie heeft uitgevoerd. Dat maakt het mogelijk om gebeurtenissen te groeperen per flow en patronen te herkennen.
Daar hoort het agent access management dashboard bij. Vanuit dit dashboard kun je ingrijpen. Je kunt flows pauzeren, bijvoorbeeld wanneer een agent zich onverwacht gedraagt, en je kunt OAuth-scopes intrekken, zodat een agent niet langer bij bepaalde gegevens kan.
Dat laatste is essentieel voor veilig beheer. Een agent is geen eenmalige knop maar een doorlopend proces. Als een samenwerking stopt, een project eindigt of een agent niet meer nodig is, wil je zijn toegang direct kunnen intrekken. Het dashboard maakt dat mogelijk zonder dat je in losse instellingen hoeft te zoeken.
Niet elke actie hoeft zonder tussenkomst te gebeuren. Met human-in-the-loop approvals kun je instellen dat een agent op bepaalde momenten een mens om goedkeuring vraagt voordat hij verdergaat.
Dat is nuttig voor acties met gevolgen: het delen van een bestand buiten de organisatie, het versturen van een bericht naar een grote groep, of het aanmaken van een verplichting. De agent doet het voorbereidende werk, maar de mens houdt de beslissing in handen.
In de praktijk is dit de middenweg tussen volledig automatisch en volledig handmatig. Je profiteert van de snelheid van een agent, zonder de controle op de momenten die er echt toe doen uit handen te geven.
De security controls voegen twee DLP-lagen toe: Gemini DLP en Studio DLP. DLP staat voor data loss prevention, het bewaken en beperken van gevoelige gegevens.
Gemini DLP richt zich op wat de AI-laag doet met gegevens. Studio DLP richt zich op wat er in Workspace Studio zelf gebeurt. Samen dekken ze zowel de generatieve kant, het model dat met je data werkt, als de proceskant, de flows die gegevens door je organisatie laten stromen.
Daarmee sluit dit aan op de brede DLP-gedachte in Workspace. Je wilt niet achteraf ontdekken dat gevoelige informatie via een agent ergens is beland waar het niet hoort. Door DLP op de agentlaag te zetten, vang je dat op het moment dat het gebeurt.
De nieuwe controls zijn pas waardevol als je ze in een werkwijze giet. Een praktische aanpak in stappen.
Begin met een inventarisatie. Welke agents en flows bestaan er, wie gebruikt ze en welke gegevens raken ze aan? Je kunt alleen beheersen wat je in kaart hebt gebracht.
Wijs daarna per agent een identiteit toe met de minimale rechten. Begin streng en breid alleen uit wanneer dat echt nodig is. Een agent die te ruim is ingesteld, is een risico dat je later moet terugdraaien.
Stel goedkeuringen in voor acties met impact. Denk aan extern delen, grootschalige communicatie en alles wat onomkeerbaar is. Laat de agent het voorbereiden en de mens beslissen.
Monitor met auditing en het dashboard. Bekijk regelmatig welke flows draaien, wat ze doen en of er afwijkingen zijn. Pauzeer of trek scopes in zodra iets niet klopt.
Gebruik DLP als vangnet. Zet Gemini DLP en Studio DLP aan zodat gevoelige gegevens beschermd blijven, ook als een flow anders loopt dan bedoeld.
Leg de werkwijze vast en herhaal hem. Agents veranderen, medewerkers wisselen, samenwerkingen eindigen. Een periodieke controle houdt het beheer actueel.
Een detail dat beheerders moeten weten: de least-privilege agent identity, de identity attribution en de agent context in audit logs gelden in eerste instantie voor nieuw gemaakte flows. Bestaande flows worden later ondersteund. Dat is geen detail voor de planning, want het betekent dat je bestaande automatiseringen nog niet automatisch onder de nieuwe waarborgen vallen.
De praktische consequentie is dat je twee sporen hebt. Nieuwe flows profiteren direct van agent identities en de bijbehorende attributie. Voor bestaande flows is het verstandig om na te gaan welke nog bedrijfskritisch zijn, of ze kunnen worden herbouwd met de nieuwe mogelijkheden, en hoe je ze in de tussentijd monitort. Zo laat je geen oude automatisering achter zonder de controles die je voor nieuwe wel hebt.
Stel dat een organisatie een agent heeft die binnenkomende aanvragen opvolgt. De agent leest een formulier, zoekt de juiste contactpersoon, stelt een antwoord op en verstuurt dat. Met agent identities krijgt de agent precies de rechten die daarvoor nodig zijn: lezen in de betreffende map, formulieren uitlezen en e-mail versturen. Niet meer.
Met human-in-the-loop approvals kun je instellen dat het versturen van het antwoord aan een klant eerst goedkeuring van een medewerker vraagt. De agent doet het voorbereidende werk, de mens beslist. En via het dashboard kun je de flow pauzeren of de Drive-scope intrekken zodra de agent zich onverwacht gedraagt. Zo blijft een krachtige automatisering binnen de grenzen die je hebt gesteld.
De controls zijn geen eenmalige instelling maar een werkwijze. Agents veranderen, medewerkers wisselen en samenwerkingen eindigen. Een agent die voor een project is opgezet, blijft vaak actief nadat het project is afgelopen. Zonder periodieke controle groeit het aantal draaiende flows en de bijbehorende rechten.
Neem daarom het agentschap op in je beheerronde. Bekijk welke flows draaien, wie ze beheert, welke gegevens ze raken en of ze nog nodig zijn. Trek rechten in waar dat kan en pauzeer wat niet meer loopt. Zo blijft de agentlaag overzichtelijk en houd je de voordelen zonder de onbeheerde groei.
Vanaf september 2026 trigger je Studio-flows vanuit externe apps, gebruik je eigen Apps Script-logica als stap en koppel je too...
Sinds september 2026 combineer je in de admin console publieksgerichte deelregels en datacondities in een enkele regel. Zo stel...
Gemini past in Google Drive automatisch classificatielabels toe op basis van jouw instructies. Open beta sinds augustus 2026, z...
Wij reageren binnen 1 werkdag met een eerlijk en concreet antwoord.
Vraag over het artikel.
Prijsindicatie ontvangen.
Hulp bij toepassing.
Vraag of melding indienen.